Het geduld van de schaatser

Het geduld van de schaatser

 

Een schaatser, en zeker een marathonschaatser, is een geduldig mens. Een marathonschaatser kan wachten. Een zomertje wachten op het eerste kunstijs is kinderspel, een jaartje of vijf op een weekje natuurijs in eigen land is zo ongeveer de norm, om over de ultieme geduldoefening richting die Tocht in het noorden van Friesland nog maar te zwijgen…

Marathonschaatsers onderhouden hun lijf goed, trainen dagelijks, letten op het gewicht en nemen hun sport serieus, of het nu augustus is of midden januari. In de zomer zijn ze aan het Inline Skaten, doen aan wielrennen, gaan hardlopen of schaatsen gewoon door op het zomerijs. In de winter rijden ze wekelijks marathons’s, trainen veel op het ijs en doen er nog wat bij op de MTB. De enige plek waar je de marathonschaatser zelden aantreft is op natuurijs, om de simpele reden dat dit goedje schaars is.

Maar onder dat vernis van geduld broeit het, daar gaat een slopende onrust onder schuil. De marathonschaatser van de oudere stempel steekt vanaf november iedere avond z’n hoofd buiten om te snuiven of er al vorst aankomt en kan het al op drie dagen afstand ruiken. En de jongere generatie checkt halverwege de herfst 3 maal daags meerdere apps in de hoop dat er minstens 1 een hint geeft die duidt op nachtvorst, op een zweem van winter.

En dan, als het begint te vriezen, dan stort die façade van geduld compleet in. De uiterlijke onbewogenheid die de marathonschaatsers zo kenmerkt blijkt schijn. Ze beginnen schichtig te kijken: naar de lucht, naar de weerberichten, naar de thermometer natuurlijk, maar vooral naar het water. Want dat water dreigt te muteren in iets wat meer dan wat dan ook wordt gekoesterd door marathonschaatsers. Dat water kon zo maar ’s stollen en de vorm aannemen van… natuurijs.

Vanaf het moment dat het glinsterende goedje wordt waargenomen is het definitief gedaan met de ijzeren discipline. Geduld? Dat is voor mensen in de file. De meest ernstige gevallen weten zich al niet meer te beheersen en gaan met hun dure noren ondiepe watertjes op, of wagen zelfs hun leven op wat diepere bosmeertjes.

Anderen brengen het op nog een nachtje te wachten, maar ontkomen uiteindelijk toch niet aan die ijsdrang. Desnoods op een ondergesproeid baantje in Haaksbergen, Gramsbergen, Veenoord of Ameide, het maakt niet uit. Als er maar met de kop in de buitenlucht geschaatst kan worden, het liefst onder een strak blauwe lucht, die al in de middag over gaat in een sterrenhemel.

Vaak, ook nu weer, duurt het niet lang. Dan smelt het ijs, en daarmee de staat van opwinding van de marathonschaatsers. Het gezicht krijgt weer die geduldige, volhardende blik. Tot de volgende periode van kou. Want onder dat kalme uiterlijk, met moeite onderdrukt door bovenmenselijk geduld, daar sluimert die drang naar natuurijs. En die komt eruit, vroeg of laat. Al duurt het jaren. De marathonschaatsers kunnen wachten, want zij weten welke beloning er uiteindelijk wacht.

logo-marathonschaatsen-schaduw

Foto Nannewiid via instagram-account van Martijn Kromkamp

Tekst: Johan Boef