Afscheid van de antihelden

   

Afscheid van de antihelden

 

  

In hun anders-zijn hebben twee topschaatsers opvallend veel gemeen. De een groeit een matje omwille van de aerodynamica, maakt uitstapjes naar de skicross en traint rondjes rechtsom. De ander doet dat laatste net zo makkelijk, maar onderzoekt op zijn beurt de mogelijkheden van een vogelpak, de kluunschoen, het haaienpak en ja, de klapschaats. Beiden hebben 20 jaar aan de top gestaan, iets wat de doorsnee schaatser ook niet is gegeven. En ze stoppen allebei in West-Friesland, in hetzelfde weekend nog wel.

De afstand tussen de ijsbanen van Alkmaar en Haarlem is zo’n 30 kilometer; zeg maar drie 10 kilometers. Of driekwart marathon, het hangt ervan af of je kiest voor het perspectief van de marathonschaatser of de langebaner. Zowel Bob de Jong als Jan Maarten Heideman kennen beide gezichtspunten: beiden zijn opgegroeid in de langebaanwereld en maakten uitstapjes naar de marathon. Jan Maarten rook direct aan het succes en besloot te blijven, Bob besloot af en toe heen een weer te pendelen, maar bleef uiteindelijk de langebaan trouw. Alkmaar en Haarlem, het zijn de banen waar beide sporticonen binnen 24 uur van elkaar hun laatste schaatskilometers op de teller zetten.

En kilometers hebben ze gemaakt. 90 officiële 10 kilometerwedstrijden voor Bob, enkele honderden marathonkoersen voor Jan Maarten. Ook in het aantal overwinningen zijn de twee kilometervreters anders dan de rest, maar lijken ze in hun uniciteit juist weer op elkaar. Het loopt in beide gevallen in de tientallen: 76 marathonoverwinningen om 33 overwinningen op de 10 kilometer. Aantallen die nauwelijks te bevatten zijn. Waar wellicht niemand ooit meer aan komt.

De rek was eruit. Jan Maarten zag dat zijn splijtende demarrage en de allesverwoestende sprint al veel eerder ten prooi waren gevallen aan de ontstopbare tijd. Alleen die immens grote motor bleef maar draaien, tot ver in het laatste seizoen. Alleen die laatste wedstrijd was het hem niet gegeven nog een laatste keer de ziel van die beslissende ontsnapping te zijn. Het is niet eens een smet te noemen, maar het laat wel zien dat het mooi is geweest.

Ook Bob hield het eindeloos lang vol. Een onverhoopte bronzen medaille in de herfst van zijn carrière was de beloning. Maar de man die in de afstand woonde, voelde dat hij zijn thuis moest gaan verlaten. Geen gevecht tegen de bierkaai, daarvoor is de Leimuidenaar te trots. Dat hij in zijn laatste nationale rit als een ordinaire kraker door een dq uit het pand werd verwijderd accepteerde hij met een wrang lachje. Zijn carrière was toch veel te groot om het door een paar bureaucraten te laten ontsieren. De uiteindelijke finale van zijn imposante loopbaan beleefde hij afgelopen weekend in Haarlem. Het was geen briljante rit, maar dat hoeft niet meer. Het oude lijf kraakte, hij kreeg zelfs een rondje aan de broek van een man die nog niet eens geboren was toen hij zijn eerste triomfen boekte, maar hij knokte tot de laatste meter. Onder luid gejuich voltooide Bob de Jong zijn allerlaatste 10.

Het is het afscheid van opgeteld 40 jaar schaatsgeschiedenis. Van mannen die hun eigen wegen zochten, soms voor gek werden versleten, soms als geniaal werden gezien. Van twee antihelden, die bescheiden tot grootse prestaties kwamen. Mannen die enorme hoogtepunten, maar ook inktzwarte dieptepunten hebben gekend.  Maar het zijn mannen die altijd zijn doorgegaan, ook toen alles en iedereen riep dat het wel genoeg was. En vervolgens nog een reeks prijzen binnensleepten, waarmee ze het ongelijk van hun criticasters bewezen. Het is het afscheid van twee mannen die intens van het schaatsen houden, die veel wonnen, en die ons, het publiek, onnoemelijk veel gegeven hebben. Dank Jan Maarten en Bob.

Foto’s: Vincent Riemersma

Tekst: Johan Boef