Op scherp.

 

Op scherp.

 

 

 

De hele zomer trainen in de anonimiteit.

Om scherp te zijn als het moet,

om in de winter te vlammen.

Het komt niet vanzelf.

Die scherpte bereik je door geconcentreerd

en gecontroleerd te schaven, slijpen en polijsten.

 

  

 

 

Trainen is slijpen, maar slijpen is ook trainen.

Het is een moment waarin de schaatser zijn focus kwijt kan,

een moment van zelfreflectie.

Slijpen als zen-oefening,

als voorbereiding voor de geest op dat wat komen gaat. 

 

  

 

 

Scherpte bereik je door zorg,

door eindeloos herhalen,

tot het resultaat optimaal is.

Het oog van de meester maakt de schaats scherp.

 

  

 

 

Het zijn de kleinste details die nu moeten kloppen.

De grens van perfectie wordt opgezocht,

geen krasje mag de prestatie dwarsbomen.

Het is de definitieve afwerking van een groter geheel.

 

  

 

 

Volmaakte scherpte.

Je moet het aanvoelen.

De liefde voor de sport,

de eindeloze trainingsarbeid en de zorg voor het materiaal,

het komt allemaal bij elkaar in die grootse prestatie.

Op het moment dat het telt.

 

  

 

 

En dan: op het scherpst van de snede moet het gebeuren,

het lijf afgetraind,

de messen zijn geslepen.

 

  

 

 

Fotografie: (c) Vincent Riemersma

Tekst: Johan Boef