Skeeleren in de sneeuw

Skeeleren in de sneeuw

Voorbereiding is alles. Het EK Masters in St Moritz stond voor de deur. De KNSB had ons voorzien van mooie outfit om hier goed voor de dag te komen. Het voelt toch als een eer om dat te mogen dragen. De weersverwachting was dramatisch voor de wedstrijddag in st Moritz, het zou gaan sneeuwen, en het zou  rond het vriespunt zijn. Het leek vooraf bijna onmogelijk. Het was best goed weer.

Na een goed Hallum op redmagichardcore heb ik besloten dat ik geen extra wielen mee zou nemen. De Bont-wielen hebben goed grip in de regen dus daar vlak voor de start geen keuze te hebben in andere wielen brengt alleen maar rust tussen mijn oren. Na aankomst vrijdag op Malpensa werd ik opgehaald door
een goede vriendin uit Zwitserland. Op zaterdag zijn we naar st Moritz gereden.

Daar hebben we met de auto het parkoers verkend. Één worden met het asfalt. Het parkoers van de wedstrijd die ik al vaker had gereden. De eerste keer had Elma de Vries mij voorbereid op alle do’s en don’t van deze wedstrijd. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor. Dus met de auto het parcours gereden, alle lastige stukken op skeelersnelheid genomen, soms wel drie keer. Asfalt, bochten, gaten en scheuren in me opgenomen. Nu kon ik ze nog zien. Morgen? geen idee. Focus.

Daarna ingecheckt in ons hotel en het startnummer opgehaald. Oude bekenden gezien en ook daar de andere Nederlandse rijders gezien. Zaterdagavond was de openingsceremonie in de stad. Het team wees mij aan als vlagdrager bij de opening. Toch een erezaak en het paste bij mij in de focus.

Die nacht werd ik meermaals wakker van verschrikkelijk harde regen. ‘s morgens uit het raam kijkend zag ik…..sneeuw?? Het is zomer! Met de bus onderweg naar de start alleen maar sneeuw en nog meer sneeuw. Maar ik mocht van mezelf mij niet gek laten maken, want de meeste sneeuw lag in het weiland, en doorgaans rij je daar niet. De weg was een waterballet, maar verder wel te doen.

Koud was het, erg koud. In de sporthal bij de start werd ik aangesproken door twee jongens uit Israël. Ze hadden wel eens een paar druppels regen gezien, maar sneeuw zeker niet. En water in deze hoeveelheid ook niet. Ik heb hen geholpen met wat ze wel en niet aan moesten trekken. Het leek voor hen een mission impossible. De rest kwam ook binnen. Albert Bakker vroeg nog waarom ik een bril op zou zetten, daar zou ik alleen maar last van hebben. Toch gedaan. Ik wist precies wat ik zou gaan doen, en ik moest me niet door wie dan ook van slag laten brengen. Ik zou mijn race op mijn manier rijden. Om half negen skeelers onder en inrijden. Koud!! nee echt koud!! IJsregen op je lijf. het voelde niet goed. 530 rijders aan de start. en in mijn startblok stonden 54 masters 50+. Nou ja, eerst maar eens gaan rijden. In St Moritz zou ik wel beslissen wat ik ging doen.

De klank van ACDC’s Hells Bells voor de start bracht mij direct naar de start in Berlijn. Het slaan van de klokken in de start van dit nummer bezorgt me altijd kippenvel en focus! Er werd gestart. De eerste 5 km had ik met name een ijskoud voorhoofd en ik vroeg me steeds af waar ik aan begonnen was. Omdat het eerste stuk langs twee grote meren gaat is het daar veel kouder. Ik heb me daardoor op dit stuk bewust verstopt in het Peloton. Niet teveel energie en warmte verliezen in deze fase.

Door de ijsregen had ik steeds minder zicht door de bril. Maar zonder was ook niks. Met grote snelheid door de bochten downhill zou ik zonder bril problemen krijgen. Wim Kwakkel zat bij mij in het peloton. Vlak voor St Moritz werd de groep kleiner en kleiner. Ik bleef steeds bij de eerste groep. Werden we ingehaald,
dan ging ik met de andere groep mee. St Moritz uitrijdend moet er gekozen worden. Dan komt namelijk dé afdaling. Achter wie ga ik zitten in die afdaling? Uiteindelijk reden er twee Zwitsers bij wie ik een goed gevoel had. Als ik die eens voor me kon krijgen. Zij namen de kop over en ik dook erachter. Gelukt. Zo
durfde ik naar beneden. Op weg naar de afdaling kwamen we rijders tegen die terug gingen omdat ze gevallen waren op de helling. Niet kijken, want dan kom je alleen maar in tweestrijd. We reden onder de bogen van de spoorbrug heen en legden de hand op elkaars rug, De zwaarste km van het parcours terwijl je feitelijk niets hoeft te doen. De snelheid liep op tot 68,8 km/u. Het zicht was door de  sneeuw en regen op de bril volledig weg, op een klein kiertje over de bril heen na. Ik was heus bang. Maar de woorden van Elma gingen door me heen. “Zitten blijven, wat er ook gebeurd!” Eenmaal beneden waren we alle drie blij en gaat de snelheid terug naar iets boven de 50km/u.


Op het kruispunt rechtsaf weer de berg op. Eerst kop over kop, maar een Fransman vond het te langzaam gaan en sleurt de groep naar boven. De volgende berg op. Daar aangekomen bij Potresina draaien we om en gaan we weer naar beneden. Er wordt weer versneld en uiteindelijk gaan we rechtsaf naar S-Chanf. Het gevoel in vingers en vooral in de benen is bijna weg. Er wordt steeds versneld en gedemarreerd. Ik kan steeds mee, maar heb ondertussen geen gevoel meer in handen, benen en voeten. De laatste kilometer voor de finish trek ik de sprint aan. Natuurlijk wil de je sprint winnen, maar het was vooral omdat ik wilde dat het over was. Ik heb het nog nooit zo koud gehad. Ik wilde simpelweg dat het voorbij was. De finishboog was een bevrijding. 1:15 was geen toptijd, maar gezien de omstandigheden heel mooi.

Naar beneden de hal in waar onze spullen keurig klaar lagen. Het was erg rustig, en alles keurig verzorgd. reddingsdeken om, spullen die gebracht werden. Maar het was zo koud dat ik eerst zeker een kwartier
heb zitten shaken voordat ik mijn veters los kreeg. Een vijf minuten na  mij kwam Albert Bakker binnenrijden. Ook hij kon alleen nog maar shaken. Later heb ik hem geholpen om de skeelers uit te krijgen. We waren zo’n beetje bevroren. De meest simpele dingen zoals Astrid een appje sturen dat ik veilig binnen was, was simpelweg onmogelijk omdat je onderkoeld was. Ik besloot met de trein terug te gaan naar St. Moritz om daar een warme douche te nemen. Het team van Frankrijk was zo vriendelijk om mij bij de trein af te zetten. Daar zat ik in een warme wachtruimte te shaken van de kou, wachtend op de trein.

Krijg ik een appje van Jan Zwanenburg. “En toch weer op het Podium! Gefeliciteerd Rene Fantastisch…” Ik het wel 10x gelezen. Ik wist echt niet waar ik zat in de wedstrijd. Het zal toch niet?? Je bent tweede! en ik vroeg en kreeg de uitslag te horen. Op dat bankje in de wachtruimte tranen van blijdschap. Zilver op een EK. Een droom komt uit. Ik wist dat ik goed had gereden, maar dit sloeg alles. Wachtend op de trein diverse mensen het geappt. En vaak de uitslag opnieuw bekeken omdat het nog even moest doordringen. Ik had me net laten afslachten door sneeuw ijswater en regen in een heroïsche wedstrijd waar over 10 jaar nog over gesproken gaat worden. Ik was nog steeds onderkoeld. Maar dit was zo mooi. Fantastisch.

Terug bij het station werd ik opgehaald door Bianca en zijn we naar het hotel gereden. Ik heb onder een warme douche gestaan net zolang tot ik echt richting prijsuitreiking moest gaan. Daar gehuldigd en werd de zilveren medaille omgehangen. Een kroon om een mooi skeelerjaar en op een nooit te vergeten wedstrijd. Alle dingen kwamen bij elkaar. Goede trainingen, goede informatie, Goede wielkeuze, Een week van 7
wedstrijden gevolgd door 1,5 week licht trainen en rust, de kennis van het parkoers, skills om het te rijden, de rust om het te overleven.

Daarna is de telefoon niet meer stil geweest. felicitaties van iedereen die je maar kan bedenken. Allemaal positieve reacties op sociale media. Een weekend en prestatie die niet snel door mij overtroffen zal worden
Het was waanzinnig.

 

 

Tekst: Rene de Klein

Foto’s: Klaus Carstensen & Rene de Klein