Team Hoolwerf

Team Hoolwerf

De aangeschoten gans valt niet boven land zoals gewoonlijk, maar wordt door de harde wind klapwiekend meegevoerd tot boven de bevroren vlakte van het Eemmeer. Met een smak belandt het beest op het ijs, en ligt een paar honderd meter uit de kant te stuiptrekken. Het dooit al een paar dagen en de wind blaast donkere rimpels op het dooiwater dat het ijs aan het zicht onttrekt. Evert Hoolwerf aarzelt geen moment, legt z’n jachtgeweer opzij en geeft een deel van z’n kleren aan z’n vader. Met een aanloop glijdt hij op z’n buik over het onbetrouwbare, dooiende ijs van het Eemmeer. Hij is drijfnat, maar de kou deert hem niet, want verderop ligt die prooi. Daar moet hij naartoe. Iets anders bestaat niet.

Veel hoeft hij niet te doen, want de wind blaast hem met kracht over het ijs richting het zieltogende beest. Een beetje bijsturen,  en de gans zit in de tas. Maar dan dringt het tot Evert door dat hij ook nog terug moet. Tegen de wind in, half ontkleed, met die gans op sleeptouw. Op poreus, wegdooiend ijs. In de verte ziet hij het silhouet van zijn vader op de kant: daar moet hij heen. Met verkleumde ledematen kruipt hij meter voor meter over het ijs, het opspattende ijswater in z’n gezicht negerend, de wind vol tegen. Hij haalt het. Natuurlijk haalt hij het. Een Hoolwerf geeft niet snel op. Dat geldt voor hem, dat geldt voor zijn kinderen, en inmiddels ook voor zijn kleinkinderen.

Hard werken de norm

Op de boerderij van Evert Hoolwerf sr. was het altijd druk, dus van sporten komt het nooit. Als jongens mogen Albert en Willem sr. na school een half uurtje voetballen bij het pontje, maar dan roept de plicht. Op de boerderij op de dijk moest gewerkt worden. ‘Iedereen die op de boerderij werkte moest helpen koeien melken’. 5 minuten te laat werd niet getolereerd. ‘Dat beurde gewoon niet’ herinnert Albert, de vader van Willem jr. zich. En als er niet op de boerderij wordt gewerkt, dan wordt er wel gejaagd. Vroeger uit noodzaak, later als ontspanning.  Als buitenmens is er niets mooiers dan ’s morgens vroeg eenzaam in de polder er op uit te trekken.

En schaatsen? Dat gebeurt alleen als er natuurijs ligt, hoewel er ’s winters ook veel werk was thuis. Maar het zit vanouds in de familie. De ouderen in het dorp weten nog hoe goed een oom kon schaatsen. ‘Gruwelijk goed en met een machtige techniek’. En een achterneef, ook al met de voornaam Evert ‘daar keken we als er natuurijs lag als kleine mannetjes altijd tegen op. Maar die heeft er nooit niks mee gedaan’ weet Willem sr., de vader van de jonge Evert. ‘En m’n vader, al is die twee keer zo groot als ik, die kon ook goed schaatsen’. Ondanks het spartaanse bestaan leeft het schaatsen in het Eemdijk van weleer. ‘Als je tegen m’n vader over schaatsen begint, dan begint ie helemaal op te bloeien’ vertelt Willem.

Vrije tijd bestaat nauwelijks in Eemdijk, hard werken is de norm. Aan sporten wordt amper gedacht. En als je zelf ’s tijd over hebt, dan ga je een ander helpen. Drie pakjes Van Nelle worden wekelijks met gemak weggepaft. Een eigen bedrijf, dat telt. Lange werkdagen, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds heel laat, zes dagen in de week. Tot die winter van 1997. Willem staat al een paar weken op het ijs als hij het in de kop krijgt om mee te doen met de Eem-toertocht. 30 kilometer van Nijkerk naar Amersfoort en 30 kilometer terug, dwars door de open Eemvallei. Het parcours over de Eem passeert het ouderlijk huis, waar daags van tevoren z’n oudste zoon Evert als tweejarige z’n eerste meters over het ijs heeft gekrabbeld, en hele einden heeft meegelift op de slee. Amper getraind rijdt Willem de tocht uit, maar gaat zo kapot dat hij drie dagen in bed moet bijkomen. Met blijvende schade, want de gebroeders Hoolwerf hebben voorgoed de schaatskoorts te pakken, al beseffen ze in de verste nog niet waar dit hen zal brengen.

Schaatskoorts

Albert en WillemWillem en Albert komen op het natuurijs in contact met lui van de schaatsclub in Nijkerk. Want er is een knop omgegaan. Geschaatst moet er worden. En als een Hoolwerf iets in de kop krijgt, dan moet het grondig worden uitgevoerd. Met droogtraining, leren lopen. Drie weken achtereen met trainer Leo van Hees onder het motto ‘als je wilt leren schaatsen, dan moet je eerst opnieuw leren lopen’. En skeeleren. Nog op van die kleine 72 millimeter-wieltjes. De volgende winter grijpen de broers iedere kans aan om beter te worden. 100-rondentochten, wedstrijdjes in de Noord-Oostcompetitie. ‘Dan gingen we met twee auto’s en nam de ene koek mee, en de andere nam gehaktballen, zo hadden we heel wat tasjes met allerlei eten.’

Want zomaar Schermafbeelding 2016-01-01 om 18.55.08een beetje schaatsen is er niet bij. Het kon zomaar voorkomen dat een toevallige voorbijganger ’s morgens vroeg langs het Noordhollandsch Kanaal fietst en op een drijvend ponton in het water twee gebukte figuren heen en weer ziet springen. Droogtraining. ‘We maakten elkaar echt helemaal gek. Vanuit Den Helder gingen we dan rechtstreeks naar Dronten, twee keer per week. Dan kwam je ’s avonds om half 10 thuis, om de volgende morgen weer om half 6 op te staan’. Het fanatisme en de trainingsdrang zet zoden aan de dijk, de resultaten worden snel beter: ‘We gingen op zondagavond wedstrijden rijden, bij de C3, bij de beginnersgroep’. Van trainer Egbert Vossenbelt krijgen ze te horen dat ze pas van het ijs af moeten als ze je er vanaf halen, en eerder niet. ‘En niemand ging er af hé. Nou, 40 ronden. Ik was met 10 ronden al beurs, ik werd wel 4-5 keer gedubbeld, en kon dan een week niet kunnen zitten, met een zere kont en pijn in je rug. En de volgende week moest je weer rijden’ zegt Willem glunderend. ‘En als het dan goed ging dan ging je naar de C2. Albert ging wat sneller, die ging al snel bij de C1 rijden. Ik ben toen een jaar blijven zitten bij de C2, maar ging uiteindelijk ook C1 rijden’.

De Weissensee

Evert en Willem sr. Hoolwerf op de WeissenseeBij gebrek aan natuurijs in de periode die volgt op de winter van 1997 komt ook de Weissensee in het vizier. Beide gezinnen gaan mee naar het Oostenrijkse bergmeer. De kleine Evert en Willem, maar ook de jonkies Bart en Cathalijne. De gebroeders Willem sr. en Albert doen sportief gezien goede zaken en weten beurtelings de snelle toer over 200 kilometer te winnen. Mocht de naam Hoolwerf nog niet zijn gevestigd, dan is dat nu een feit. De famliie Hoolwerf wordt een begrip op de Weissensee. Voor ieder een vriendelijk woord. En heb je hulp nodig, dan klop je nooit tevergeefs aan. Evert’s moeder Jolanda heeft altijd een luisterend oor: ‘Als ik alle tranen opgevangen had die ze hebben laten vloeien, dan had ik een hele waterval gehad’

Helden

Het zelf rijden, afzien en presteren, het kijken naar de jongens van het A-peloton en de meiden van de Dames 1-divisie. de hele sfeer in het marathonschaatsen bevalt de familie. Er komt een succesvol damesteam, met Carla Zielman die de Nederlandse titel pakt. Met de Belgische skeelerlegende Hilde Goovaerts. Albert schopt het als gevorderde dertiger tot landelijk B-rijder.  En het schaatsen en skeeleren blijkt besmettelijk. De volgende generatie Hoolwerf groeit op tussen de marathonrijders.
Hun helden zijn niet de Ritsma’s, de Wennemarsen en de Kramers, maar de gebroeders Ruitenberg, Erik Hulzebosch, Hans van de Wetering, Cedric Michaud. En skeeleraars als Chad Hedrick. Mannen van de lange adem, buffelaars die niet van ophouden weten. De jonge Hoolwerfjes maken het van dichtbij mee. En het werkt inspirerend. Als kleine jongens rijden ze al een tocht van 50 kilometer op de Weissensee, maar winnen ook wedstrijden. In skeelerkoersen, op natuurijs en op de baan.

 

Altijd strijd

‘Niet zeuren, gewoon dóen’ is de mentaliteit die de jongens meekrijgen. ‘Gewoon niet meteen opgeven, klaar. Waar je aan begint, dat maak je ook af’ aldus Albert. Het zou het familiemotto kunnen zijn. Willem en Evert doen veel samen. Skeeleren, fietsen en schaatsen natuurlijk. Tot er gekoerst moet worden, want de een wil nooit en te nimmer voor de ander onderdoen. 

‘Tussen Willem en Evert was er altijd strijd’ vertelt Albert. ‘Ze reden in dezelfde categorie en de enige afspraak die wij gemaakt hadden was: je gaat elkaar niet terugrijden. Maar in het startschot demarreerde de eerste gelijk. En dan moest de concurrentie ‘m weer terugrijden. En dan reed Evert weg, dan ging Willem.. En dat gebeurde rustig drie of vier keer.’  Het leidt soms tot misverstanden. Dat de Hoolwerfjes samen de tegenstanders proberen te slopen. ‘Maar ze reden niet met elkaar, want als Willem won, dan lag Evert te janken en was ie chagrijnig, en andersom ook.’

‘Schaatsen kun je niet’

De neven rijden iedere jeugdmarathon die er te rijden valt. Of het nu in Deventer, Nijmegen of Utrecht is, de twee Hoolwerfjes staan aan de start. Maar het zijn selectienormen waardoor wegen van de neven zich scheiden. Als ze een jaar of 14 zijn kunnen ze in aanmerking komen voor zogenaamde YF-uren. Speciale ijsfaciliteiten met bijpassende training. Als de briefjes aan de gelukkigen die in aanmerking komen worden uitgedeeld, kijken beide neven vol verwachting naar Ab Hoogland, de coördinator van de baancomissie. Als Willem het felbegeerde briefje met daarop de YF-uren krijgt, zit Evert naast ‘m, in de verwachting dat ook hij zo’n briefje krijgt. Maar Evert blijkt tot zijn grote teleurstelling een tiende van een seconde tekort te komen om ook mee te doen.

Op de langebaan krijgt Willem het als eenling niet makkelijk, maar Willem knokt zich in de C-selectie. Om er vervolgens een jaar later weer uit te vliegen. Altijd op de schopstoel. Als hij een jaar of 15
Willem Hoolwerf en Rick Schipperis, is hij welkom bij de baanselectie, hoewel niet zonder slag of stoot. ‘Moet je dat wel doen met die marathonner’ wordt er hardop afgevraagd. Maar trainer Jan van de Roemer heeft er wel vertrouwen in. ‘Ik heb zitten kijken, maar schaatsen kun je niet. Maar het gaat wel hard, dus ik neem de gok’. Het meesterschap van Van de Roemer maakt van Willem een betere schaatser. En hij krijgt de vrijheid om z’n wedstrijdjes te skeeleren, om marathons te rijden. Het levert hem bijna terloops tweemaal op rij een Nederlands Kampioenschap Marathon bij de junioren op.

Bij Angenent

Evert en Willem sr. Hoolwerf in Oostende, BelgiëDie ene tiende van een seconde blijft Evert nog wel even parten spelen en lijkt even helemaal klaar met schaatsen. ‘Toen heeft ie een jaar zo’n beetje met ons meegereden in Utrecht, maar hij had er gewoon geen plezier meer in’ vertelt z’n vader. Hij krijgt nog wel de aanbieding om bij de selectie van Gelderland te komen, maar dat is logistiek niet haalbaar. Vader Willem is wel flexibel, maar  ’s middags om 4 uur naar Nijmegen, met alle files is zelfs voor hem niet te doen. Evert stort zich op het skeeleren, start als brutale 14-jarige vol bravoure in het B-peloton. Toch loopt hij een beetje met z’n ziel onder z’n arm. Willem sr. ziet het aan en besluit in te grijpen. Hij stelt Evert voor de trainer van de baanselectie Arnold Gaasenbeek te bellen om te vragen of hij mee kan trainen. Evert is matig enthousiast, maar Willem belt toch. De door de wol geverfde oud A-rijder Gaasenbeek is welwillend en zegt: ‘laat ‘m maar ’s een keer komen, dan kijken of we dispensatie kunnen krijgen bij het Zesbanentoernooi’. Evert is met z’n 14 jaar eigenlijk te jong om in het regionale marathoncircuit te starten, maar krijgt toestemming. ‘Dat hebben ze geweten’ zegt Willem lachend. ‘Daar had ie gelijk plezier in’.


Evert Hoolwerf in het pak van de BAM-formatieOp de Weissensee mag hij die winter starten in de ploegenachtervolging. En niet in zo maar een team, maar in de gestaalde BAM-formatie van Jillert Anema. Het is de opmaat naar meer: het jaar erop wint Evert het Zesbanentoernooi als zestienjarige en in de zomer komt hij op een trainingskamp van schaatsmerk Maple met Bart Mol en Sjaak Schipper in contact. Jongens die in het Wadro-team van Elfstedenwinnaar Henk Angenent rijden. Het brengt Evert op de radar van de eigenzinnige elfstedenlegende, die wel wat in de jongen ziet. ‘Je kunt ook bij ons komen trainen en rijden’ stelt hij voor. In het pak van Team Hoolwerf, dat wel, dus helemaal erbij horen doet hij niet. Desondanks wint hij in zijn eerste jaar bij de B’s gelijk een drietal wedstrijden en pakt de marathontitel bij de Junioren A. Evert besluit nog een jaartje door te rijpen bij de B’s en pakt ook in zijn tweede jaar een aantal overwinningen, waaronder z’n tweede nationale marathontitel bij de Junioren A. Evert lijkt klaar voor het grote werk, zeker nu ene Jillert Anema uit Bontebok interesse toont.

Door de pijn heen

Intussen is Willem’s carrière ook in een stroomversnelling geraakt. Dankzij goede tijden op de lange afstanden mag hij zelfs even hopen op een plaats in Jong Oranje, maar haalt het net niet. ‘Toen heeft ie met Jan Van de Roemer afgesproken dat hij het jaar erop een worldcup gaat rijden’. Met een helder doel voor ogen gooit Willem de beuk erin. Na een hele zomer loeihard trainen lijkt Willem er klaar voor, maar een onbezonnen actie tijdens een trainingskamp in Inzell gooit roet in het eten, zo herinnert z’n vader zich: ‘Hij had een beetje lopen klooien met de meisjes van het gewest Zuid Holland, dus die gooiden ze kleren van boven van zolder af. Willem gaat ’s avonds in het halfdonker z’n spullen halen en springt over muurtje heen. Licht er een keitje achter, en scheurt hij z’n enkelbanden af. Dus dat was klaar’. Hoewel, klaar? Gelukkig is Ingrid Paul ook in Inzell en voorkomt dat Willem in het gips moet. Maar Willem wil in Inzell de limiet rijden die hem toegang geeft tot de Holland Cup, de eerste stap richting kwalificatie voor de Worldcups, dus wordt z’n voet strak ingetaped. Met een verwoestende pijn in z’n enkel haalt hij de limiet net niet, maar doet een week later het onmogelijke: in Heerenveen haalt hij het. Met afgescheurde enkelbanden en een marge van 2-tiende van een seconde. Dankzij z’n harde kop. Dankzij een ijzeren wil om het te halen.

Bij z’n worldcup-debuut in Polen zet Willem zich direct internationaal op de kaart. Hij rijdt op de 1500 meter naar een vierde plek, en haalt op de 3000 meter zelfs het podium. ‘Nadat ie Polen goed had gereden mocht hij mee op trainingskamp naar Tenerife, en ging hij in Heerenveen trainen’. Het wordt heen en weer rijden met z’n vader. Pendelen tussen de schaatshoofdstad en Eemdijk. Maar dan gaat het ook snel met de carrière van Willem, met als voorlopig hoogtepunt een tweede plaats op het WK-junioren in Noorwegen. De toplangebaner die ook goed thuis is in de marathon rijdt zich ermee in de kijker van diezelfde trainer uit Bontebok.

Naar Anema

De buitenwacht is verrast als Jillert Anema de neven vastlegt. Evert en Willem zullen samen bij de a’s debuteren in de blauwe pakken van opleidingsploeg Tjolk. Voor Willem lijkt de stap het grootst, met nauwelijks ervaring op het hoogste marathonniveau. Z’n vader moet wel even slikken en heeft enige twijfel.  ‘Moet hij dan direct naar het A-peloton? Maar dat ging meteen vanaf het begin goed. Vooral omdat hij dood durft te gaan. Dan zie je hem schaatsen en denk je ‘nou moet je je tong inslikken, anders rij je ‘m eraf’.’ En Evert doet het zo mogelijk nog beter, door in z’n debuutjaar liefst twee overwinningen te pakken. Vooral de Sjoerd Huisman-bokaal is bijzonder voor Evert, die huizenhoog opkeek tegen de schaatsvirtuoos die een jaar eerder op 27-jarige leeftijd overleed.

En niet alleen Willem en Evert presteren goed, maar het hele team zet een bovenmatig goede prestatie neer. De mannen zijn niet te beroerd zich voor elkaar op te offeren en pakken in het eerste jaar door goed samen te werken in de Topdivisie vier dagoverwinningen én een derde plek in het ploegenklassement. Vóór grote ploegen met geroutineerde rijders als de Van Wervenploeg, team AB-Vakwerk en CRV-interfarms, ploegen met aanzienlijk grotere budgetten. ‘Ik denk dat zij met z’n vieren net zoveel verdienen als Gary Hekman’ zegt Albert. Want de rijders van Anema krijgen het nog al ’s te horen. Dat Anema een hoop centen heeft en daarmee alle rijders wegkoopt. ‘Maar dan denk ik: Willem was door niemand opgepikt, Evert kwam ook pas op het laatst, toen het seizoen al was afgelopen, bij Jillert. Niemand had Erik Jan Kooiman nodig, Mats Stoltenborg had ook niks. Hij heeft alleen maar mensen opgeraapt voor dat B-ploegje, voor Tjolk, Het waren allemaal jongens die niks hadden. En dan later gaan ze wedstrijden winnen, en dan zegt iemand als Geert Plender: ‘daar wordt het meeste geld verdiend’. Nou, misschien in de A-ploeg wel, maar ik weet wat die jongens krijgen in die B-ploeg, dat is echt geen vetpot hoor’.

Jagen in de polder

Het is een uniek soort gemoedelijkheid en gemeenschapszin daar in de Eemvallei dat ook door anderen herkend wordt. En misschien wel de sleutel achter de huidige successen van Evert, Willem, Bart en Cathalijne. Gemoedelijkheid betekent niet ‘rustig aan doen’, maar ‘hard werken en je niet de kop gek laten maken’. ‘Je moet ‘m hier niet op de bank gaan zetten, want dan rijdt ie ’s avonds echt geen goeie wedstrijd’ analyseert Jolanda haar zoon Evert. ‘Dan wordt ie helemaal knettergek. Hij kan niet stilzitten.’ Liever gaat hij op zaterdagochtend jagen met z’n vader. ‘Dan loopt hij met mij om kwart voor zeven door de polder. Dat vindt ie ook leuk, echt een buitenmens.’

 

De Skeellerronde van Eemdijk

 

Skeellerronde EemdijkTerwijl Willem en Evert bezig zijn met hun opmars in de schaatswereld blijven Willem sr. en Albert op allerlei manieren betrokken in het schaatsen en skeeleren. Als actief sporters, als sponsors, maar ook als organisatoren van de befaamde Skeelerronde van Eemdijk. Het is met voorsprong de gezelligste wedstrijd van het jaar. Op z’n boerenfluitjes ‘we deden het met de hele familie’ wordt een ronde opgetuigd waar tot op de dag van vandaag over wordt gesproken. ‘Vanaf het tweede jaar bleven mensen slapen. En de volgende morgen komen ze uit de bus en leek het net of er een bom ontploft was. Er stond een tent ergens op het veld hier en er was niks opgeruimd. Kasten stonden gewoon open. Dus mensen vragen: kan dat hier?’ Het kan in Eemdijk. Het is de wedstrijd waar Koen Verweij en Sjoerd Huisman aan de start staan. Waar Alexis Contin wint, maar ook de wedstrijd waar Kees de Graaf en Leen Rog meedoen. ‘Met een heuptasje met twee pannenkoeken in aluminiumfolie bij zich. Die startten op zaterdagmiddag om 3 uur, en kwamen dan zondagmiddag om 1 uur binnen. En dan bleven ze rijden, die gingen ze er echt niet vanaf’. 

Het gaat allemaal misschien gemoedelijk, het doel is wel degelijk serieus: een klassieker organiseren in de polder, vertelt Willem sr.: ‘Wij hadden een beetje gerekend op een impuls in de regio. Eigenlijk was de doelstelling om hier een klassieker te creëren. Want hier in de polder kun je machtig een klassieker organiseren. Maar we konden er niet verder mee. Niemand nam het over en het kon niet meer met het werk. En wij draaiden altijd op voor het verlies. Dan dachten we ‘we gaan volgend jaar geld verdienen’. Maar je wilt niet weten wat het elke keer kostte. Wij hadden gewoon een prijzenpot van 1500 euro, alleen al voor de A-categorie.’ De rijders weten het te waarderen en kloppen de broers jaren later nog wel ’s op de schouders.  ‘Zoals laatst in Hallum, met allemaal van die gasten uit het Westland, en die zeggen: ‘wanneer ga je die wedstrijd weer organiseren? Kees van Schie die zegt: de mooiste wedstrijd, dat is Eemdijk.’ Het is wat Albert betreft het grootste compliment dat je kunt krijgen.

‘Sven Kramer wordt bang’

Hoolwerf geheid de bestDe opvoeding, de gemeenschapszin en de gemoedelijkheid, voorkomt dat de jongens naast hun schoenen gaan lopen. Dan zitten ze zomaar met Sven Kramer aan tafel in Inzell, die eventjes de pr’s van Willem en Evert uit z’n mouw schudt. Wat van Willem sr. een nuchter ‘tja, dan wordt ie gewoon bang’ oplevert. Of moeten ze voor een vol Thialf rijden. Menigeen zou zich hierdoor gek laten maken. Maar als een buslading mensen uit Eemdijk en omgeving naar Heerenveen afreist en in Thialf Willem en Evert ziet rijden, komen de jongens na de wedstrijd naar ze toe en krijgt iedereen naderhand een praatje, of het nou opa Hoolwerf is of een vrijwel onbekende overbuurman.

Maar een ding mogen de jongens niet vergeten van hun ouders: ‘Je bent niet meer dan een ander’. Het zijn de woorden van mensen die de sport dragen. De mensen achter de schermen. De schaatsfamilies. Ze rijden kinderen naar wedstrijden, naar trainingen, geven zelf trainingen, staan langs de baan als jurylid, zoals moeder Jolanda. Ze zijn kortom onmisbaar voor de sport.

Op karakter

Het is 29 december 2015als de twee neven elkaar in de armen vallen op het ijs van een afgeladen Thialf. Willem heeft net Douwe de Vries en Thom van Beek in een zinderende sprint verslagen. De man die volgens ‘kenners’ niet kon schaatsen, die in de woorden van zijn vader ’een stel platvoeten had waar een olifant jaloers op is’ geeft een heel stel wereldtoppers het nakijken. Beide neven hebben met tegenwind de oever bereikt, met het Nederlands Kampioenschap massastart als prooi in de tas. Op karakter, zoals het een Hoolwerf betaamt. De jacht naar nog meer overwinningen en titels is al even geopend. En laat die gans af en toe maar op het ijs vallen, want de moeilijksten, dat zijn de mooisten. 

Foto’s: Vincent Riemersma / privécollectie familie Hoolwerf

Tekst: Johan Boef

  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf
  • Team Hoolwerf